Over Scouting Mr. J.P.G. Moorrees

Eind 1968, toen de wijk Zevenhuizen nog in opbouw was, ontstond het idee om hier een padvindersgroep op te richten. Er was al een groep van de Katholieke Verkenners (afgekort K.V.), de Dr. Ariënsgroep. De K.V. was één van de twee jongens verenigingen die er toen nog waren, die later samen met de twee meisjes verenigingen zijn samen gegaan in Scouting Nederland.
Maar ik wilde graag een groep van de Nederlandse Padvinders Vereniging (afgekort N.P.V.) en daarvoor waren er eerst een paar problemen op te lossen.
Ten eerste moesten we onderdak vinden en dat kregen we in de Boerderij aan de Laan van Zevenhuizen. Daar konden we de deel huren op zaterdagmorgen van 9 – 12 uur. Dat was dus opgelost.

Het volgende probleem was het vinden van leiding. Die vonden we na enig zoeken in Winnie en Almar Petrus, zus en broer en mijzelf. Het laatste en belangrijkste probleem kwam toen aan de beurt: Hoe komen we aan kinderen! Ja, dat was wat lastiger; we konden moeilijk langs de deuren gaan om te vragen of er kinderen belangstelling voor de padvinderij hadden. Maar een oproep in de Apeldoornse Courant en in een kerkblad voor kinderen tussen 8 en 12 jaar bracht uitkomst en resulteerde in enkele reacties, dus we zouden kunnen beginnen. Alleen moest er nog een naam en een groepsdas gevonden worden. Voor de das besloten we de kleuren van Apeldoorn te nemen en wel rood en geel. Voor de naam doken we in de geschiedenis van Zevenhuizen en kwamen terecht bij de naam van Mr. J.P.G.Moorrees

Toen dit allemaal geregeld was vroegen we officieel toestemming om de groep te mogen oprichten per 1 januari 1969 en zo werden we ingeschreven in het district Apeldoorn als Groep 5 N.P.V. Mr. J.P.G. Moorrees.
Op de eerste zaterdagmorgen in januari was de opkomst nog maar een paar welpen, maar daarna begon de horde te groeien. Iedere week kwamen er enkele jongens bij en tegen de zomervakantie hadden we een horde vol. Ook de leiding groeide en al gauw kwam de heer Veeneman ons als Akela helpen. In september kwamen ook de eerste welpen over naar de nieuw te starten verkennerstroep. Om voor vijf jongens ruimte in de boerderij te huren was financieel niet op te brengen en zo werden deze bijeenkomsten bij ons in de huiskamer gehouden. Deze eerste welpen die overvlogen naar de verkenners waren al welp voor ze hier in Zevenhuizen kwamen wonen, vandaar dat ze na een half jaar al de goede leeftijd hadden om verkenner te kunnen worden. Deze verkennerstroep groeide gelukkig niet zo snel als de welpenhorde, anders hadden we toch wel ruimteproblemen gekregen. Al spoedig kwam er ook meer leiding bij de verkenners en wel Jan Ottens en Henk Pieters, die fijn meehielpen een leuk programma en de verkenners enthousiast te maken.
Maar gelukkig kregen we aan het eind van het jaar bericht dat we per 1 februari 1970 van de gemeente Apeldoorn de beschikking zouden krijgen over (een gedeelte) van de boerderij aan de Gentiaanstraat samen met de Dr. Ariënsgroep en de meisjesgroep C.F. van Rees, die uit hun onderkomen in een gebouwtje aan de toenmalige Struikenkamp moesten.
Helaas was de verbouwing van de boerderij niet op tijd klaar en omdat we de huur van de ruimte aan de Laan van Zevenhuizen al hadden opgezegd zouden we op straat komen te staan. Gelukkig was de Dr. Ariënsgroep bereid om onze welpenhorde op te vangen in hun lokaliteit bij de Teresiakerk, zodat we toch op zaterdagmorgen onderdak waren tot de scoutingboerderij klaar was.
Onderhand gingen de gesprekken tussen de leiding van de drie groepen en de gemeente Apeldoorn over de verdeling van de ruimte in ons nieuwe onderkomen gewoon door. Maar al spoedig bleek dat het niet mogelijk was om alle drie groepen genoeg ruimte en tijd te geven voor de bijeenkomsten van 2 hordes, 2 verkennerstroepen, 1 kabouterkring en 1 padvindstersgroep en ook nog
patrouilleavonden, leidersvergaderingen enz. Na veel gepraat en passen en meten besloot de Dr. Ariënsgroep in hun eigen onderkomen te blijven daar het clubhuis van de meisjesgroep afgebroken zou worden en ook wij geen eigen onderkomen meer hadden. Later kreeg de Dr.Ariënsgroep toch hun eigen onderkomen naast de Teresiakerk en nu hebben ze een nog mooier clubhuis.

-Henk Meijer.